Planbureau voor de Leefomgeving

Veelgestelde vragen

Algemene vragen

Gevolgen en strategieën

Wat is demografische krimp?

Het Planbureau voor de Leefomgeving hanteert een onderscheid tussen drie vormen van demografische krimp: een afname van het aantal inwoners, van het aantal huishoudens en van de potentiële beroepsbevolking (20-65 jaar).

Wat zijn de oorzaken van demografische krimp?

Demografische krimp kent grofweg drie oorzaken: (1) sociaal-culturele ontwikkelingen als individualisering en emancipatie, (2) regionaal-economische ontwikkelingen, zoals ontwikkelingen in bedrijvigheid en werkgelegenheid, en (3) planologische beslissingen, vooral ten aanzien van woningbouw. Sociaal-culturele factoren zijn vooral van invloed op het natuurlijke bevolkingsverloop van geboorte en sterfte. Regionaal-economische en planologische factoren beïnvloeden vooral migratie- en verhuisbewegingen.

Waar doet demografische krimp zich voor?

Landelijk gezien is demografische krimp nog niet aan de orde. Het CBS (2010) verwacht dat de bevolking pas vanaf 2040 in omvang zal afnemen, en het aantal huishoudens vanaf 2046. De potentiële beroepsbevolking zal echter al vanaf 2011 gaan krimpen. Dat neemt niet weg dat sommige gemeenten en regio’s nu al worden geconfronteerd met demografische krimp. In de afgelopen tien jaar is vooral in gemeenten aan de randen van Nederland de bevolkingsgroei achtergebleven bij het Nederlandse gemiddelde. Ook in het centrale deel van Nederland is in een aantal gemeenten de bevolking licht afgenomen, met als verschil dat het daar vaak gaat om een enkele krimpgemeente die wordt omringd door groeigemeenten, terwijl er aan de randen van het land meerdere buurgemeenten naast elkaar krimpen.

Wat zijn de krimpregio’s?

We spreken van een krimpregio wanneer meerdere buurgemeenten structureel met één of meerdere vormen van demografische krimp te maken hebben. De drie huidige krimpregio’s waarvoor dit geldt, zijn Parkstad Limburg, de Eemsdelta in Groningen en Zeeuws-Vlaanderen. Parkstad Limburg omvat de gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal; sinds 2009 maakt ook Nuth deel uit van deze regio. De Eemsdelta omvat de gemeenten Appingedam, Delfzijl, Eemsmond en Loppersum; Zeeuws-Vlaanderen de gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen.

Waar zal demografische krimp zich in de nabije toekomst voordoen?

Het PBL en het CBS verwachten dat het aantal gemeenten en regio’s dat in de nabije toekomst met één of meer vormen van demografische krimp te maken krijgt, sterk zal toenemen. Naar verwachting zal tussen 2010 en 2040 in meer dan een derde van alle gemeenten het aantal inwoners afnemen, in minder dan een tiende het aantal huishoudens en in bijna alle gemeenten de potentiële beroepsbevolking. Vooral de kleine gemeenten (tot 20.000 inwoners) en middelgrote gemeenten (20.000 tot 50.000 inwoners) zullen te maken krijgen met demografische krimp. De meeste daarvan kunnen als plattelandsgemeente worden aangeduid.

Hoe vaak komt de regionale prognose uit?

De PBL/CBS Regionale Bevolkings- en Huishoudensprognose wordt elke 2 jaar gemaakt. De eerstvolgende prognose verschijnt in het najaar van 2013. Naast de regionale prognose publiceerde het PBL in 2011 ook de Ruimtelijke Verkenning 2011.

Wat zijn de gevolgen van demografische krimp voor de woningmarkt en de economie?

Demografische krimp heeft gevolgen voor de lokale en regionale woningmarkt, de bevolkingsgerelateerde bedrijvigheid en de arbeidsmarkt. Krimp leidt tot een meer ontspannen woningmarkt, wat een overaanbod aan woningen tot gevolg kan hebben. De afname van het aantal inwoners en huishoudens betekent een kleinere lokale afzetmarkt en kan leiden tot een overaanbod aan voorzieningen als winkels, kantoren of scholen. Het teveel aan woningen en voorzieningen kan leegstand van vastgoed tot gevolg hebben. Krimp kan ook resulteren in een geringer aanbod van of concurrentie om arbeidskrachten, of zelfs een tekort. Dit zal vooral voor de arbeidsintensieve sectoren nadelig zijn.

Hoe reageren overheden op demografische krimp?

Gemeenten in de huidige krimpregio’s Parkstad Limburg, de Eemsdelta in Groningen en Zeeuws-Vlaanderen hebben niet op demografische krimp geanticipeerd. Zij hebben wel gereageerd en wanneer zij dat deden, was dat vooral in de vorm van een woningmarktstrategie gericht op het bestrijden van krimp door het aantrekken van nieuwe inwoners. In het ruimtelijk-economisch beleid, detailhandels-, arbeidsmarkt- en bedrijventerreinenbeleid besteedden zij geen of nauwelijks expliciet aandacht aan demografische krimp. Pas sinds kort zijn de woningmarktstrategieën in de huidige krimpregio’s meer gericht op het begeleiden van krimp door het aanpassen van de woningvoorraad aan de kleinere woningvraag. In Parkstad Limburg en de Eemsdelta zijn daar op regionaal niveau afspraken over gemaakt.

Wat is een verstandige krimpstrategie voor lokale overheden?

Gemeenten in de krimpregio’s en anticipeerregio’s zullen meer op demografische krimp moeten anticiperen en het begeleiden in plaats van er op te reageren en het te bestrijden. De ervaringen in de huidige krimpgemeenten en –regio’s leren namelijk dat dit laatste weinig zin heeft. Door tijdig op demografische krimp in te spelen, kunnen problemen die met krimp samengaan worden voorkomen of beperkt. Gemeenten moeten daarbij in regionaal verband samenwerken. Regionale samenwerking voorkomt niet alleen concurrentie binnen de regio’s om (dezelfde) inwoners en bedrijven, maar ook onrendabele ruimtelijke investeringen, financiële problemen en leegstand.