Veelgestelde vragen
Algemeen
- Rijden we in de toekomst allemaal in elektrische voertuigen?
- Is het mogelijk om de files op te lossen?
- Is het openbaar vervoer een reëel alternatief voor de auto?
- Kan de ruimtelijke ordening een bijdrage leveren aan beperking van personenmobiliteit?
Rijden we in de toekomst allemaal in elektrische voertuigen?
De komende decennia zal de huidige voertuigtechnologie met de interne verbrandingsmotor de belangrijkste technologie blijven voor personenauto’s. Om op de lange termijn de CO2 uitstoot van auto’s sterk terug te dringen is een grootschalige transitie naar alternatieve brandstoffen en geavanceerde voertuigtechnologie nodig. Alternatieven zijn naast elektrisch rijden ook de brandstofcel en biobrandstoffen.
Een aantal obstakels staan momenteel een succesvolle introductie van alternatieven nog in de weg. Voor de realisatie van brandstofcelauto’s op waterstof is een complexe waterstofinfrastructuur nodig. Bovendien moet de brandstofcel nog aanzienlijk goedkoper worden om te kunnen concurreren met de conventionele verbrandingsmotor. Bij elektrisch rijden zijn momenteel de kosten van de accu’s nog te hoog en is de actieradius van de auto te klein. Voor een succesvolle introductie is ook hiervoor een gestandaardiseerd Europees netwerk van oplaadpunten nodig, niet alleen bij woningen, maar ook bij bedrijven en parkeerfaciliteiten. Het is momenteel nog te vroeg om een winnende technologie aan te wijzen.
Is het mogelijk om de files op te lossen?
Files zijn een hardnekkig verschijnsel en niet volledig op te lossen door aanleg van nieuwe wegen. In praktisch alle grote steden in de wereld is er in meer of mindere mate sprake van congestie, in Nederland is het niet anders. In het verleden werd aanleg van nieuwe wegen als de oplossing voor het fileprobleem gezien. Maar gebleken is dat alleen de aanleg van nieuwe wegen op de langere termijn te weinig helpt.
In Nederland wil het kabinet met de kilometerprijs een andere weg inslaan. De vaste lasten van de auto (aanschafbelasting, motorrijtuigenbelasting) moeten worden omgezet in een kilometerprijs. De kilometerprijs moet afhankelijk worden van tijd, plaats en milieukenmerken. Op drukke trajecten en in de spits betalen automobilisten een hoger kilometertarief. Hierdoor probeert men de automobilist met directe prijsprikkels over te halen om bewuster om te gaan met het gebruik van de auto. De verwachting is dat met de kilometerprijs de fileomvang flink zal afnemen, maar ook dit zal de files niet volledig oplossen.
Is het openbaar vervoer een reëel alternatief voor de auto?
Dagelijks maken ongeveer één miljoen mensen in Nederland gebruik van het openbaar vervoer (OV), zo’n 11 procent van alle kilometers worden met het OV afgelegd. Voor bijna 90 procent van de autoverplaatsingen biedt het OV geen concurrerende reistijd: ook in de spits duren deze reizen met het OV meer dan tweemaal zolang als met de auto. Ondanks de files is het dan niet eenvoudig om automobilisten uit de auto te krijgen. Op de langere afstanden is de reistijdverhouding voor het OV iets gunstiger, doordat het voor- en natransport dan minder zwaar wegen in de totale reistijd. Het aandeel van het OV is daar ook groter. Voor circa 40 procent van de reizen langer dan tien kilometer wordt dan het OV gebruikt.
Meer informatie
Kan de ruimtelijke ordening een bijdrage leveren aan beperking van personenmobiliteit?
Bundeling van verstedelijking zorgt voor nabijheid van bestemmingen. Dit maakt het mogelijk voor mensen om op relatief korte afstand van hun woning voldoende bestemmingen te vinden om in hun dagelijkse behoeften (werken, winkelen, recreatie) te voorzien. Bij kortere afstanden is de concurrentiepositie van het openbaar vervoer of lopen/fietsen ook beter ten opzichte van de auto. Realisatie van nieuwbouw in bestaand stedelijk gebied in de nabijheid van treinstations zorgt voor een afname van de automobiliteit, een toename van het treinvervoer en heeft positieve bereikbaarheidseffecten. Op landelijke schaal zijn de effecten op de personenmobiliteit echter beperkt, omdat een groot deel van de huidige woningvoorraad vastligt.