Klimaatmodel IMAGE 2.2 brengt gevolgen van uitblijven klimaatbeleid in kaart
Meer dan 25% van alleecosystemen verandert doorklimaatverandering. Vele ecosystemen zullenniet in staatzijn om zich op tijd aan te passen en zullen verarmen. Landbouwopbrengsten zullen in sommige gebieden toe- en in andere afnemen. Deze toekomstscenario’s heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu berekend met de nieuwe versie van het IMAGE 2.2 model.
De scenario's beschrijven het verloop van broeikasgasemissies, klimaatverandering en bijbehorende gevolgen aan de hand van ontwikkelingsaannames en dragen zo bij aan afwegingen voor beleidsmakers. Het zijn geen exacte voorspellingen, maar ze geven inzicht in de mogelijke consequenties van het niet uitvoeren van klimaatbeleid. Het IMAGE model is gebruikt voor verschillende IPCC studies (Intergovernmental Panel on Climate Change). De modelresultaten worden op dinsdag 24 juli tijdens de klimaatonderhandelingen in Bonn gepresenteerd.
Om de lange termijn gevolgen van het uitblijven van beleid in kaart te brengen, heeft het RIVM de in 2000 uitgebrachte emissiescenario's van de IPCC verder uitgewerkt met behulp van het IMAGE 2.2 model. Verschillende ontwikkelingsvisies bepalen hoeveel energie en land en welke energiebronnen gebruikt worden. Voor elke visiezijn emissies en concentraties van broeikasgassen, klimaatveranderingen en de effectenervan samenhangend in kaart gebracht.
Conclusies
· De landbouw in gematigde en koude gebieden zoals Rusland en Canada zullen naar verwachting profiteren van temperatuur- en neerslagveranderingen, terwijl andere gebieden juist nadelig worden getroffen. De meeste negatieve gevolgen treden op in droge gebieden met lage inkomens zoals bepaalde delen van India. De landbouw staat in deze gebieden reeds voor grote uitdagingen vanwege de bevolkingsgroei. Bovendien betekent het gebrek aan kapitaal en technologie dat deze gebieden minder mogelijkheden tot aanpassing hebben. De opbrengst wordt overigens overal verhoogd door het CO2–bemestingseffect, wat soms negatieve effecten neutraliseert.
· Het verloop van broeikasgasemissies wordt in sterke mate bepaald door trends en keuzes buiten het klimaatbeleid. Belangrijke factoren zijn de verschillende levensstijlen en de groei van bevolking en economie, handelsbeleid en de beschikbaarheid van technologie.De komende vijftig jaar stijgt in alle scenario's de emissie van broeikasgassen.
· Een beleid dat consequent gericht is op “duurzame ontwikkeling”zonder specifiek klimaatbeleid,helptom wereldwijd emissies te verminderen.
· Van alle broeikasgasemissies is 20-30% het gevolg van landgebruik waarbij bevolkingsgroei, eetgewoonten, handel en technologie een belangrijke rol spelen. In sommige scenario’s vermindert het tropisch bos sterk. Een verstandig land- en landbouwbeleid kan leiden tot een grote opname van koolstofdioxide in bossen, hoewel volgroeide bossen aan het eind van de eeuw steeds minder koolstofdioxide zullen vastleggen.
· De in het IMAGE model bepaalde gemiddelde opwarming van de aarde bedraagt 1 tot 5 graden Celsius. Dit komt overeen met de inschatting van de IPCC.
· Tussen 1990 en 2100 stijgt het zeeniveau met 35-85 cm.
IMAGE 2.2
Het IMAGE 2.2 model is een veelomvattend en gedetailleerd integrated assessment model. Het model beschrijft ontwikkelingen in 17 wereldregio’s. Landgebruik en klimaatimpact worden bepaald op een 0.5 bij 0.5 graden grid. Het model bestaat uit een set van gekoppelde modellen op het gebied van demografie, economie, energie, emissies, landbouw, klimaat en atmosfeer, oceaan en impacts. Om de klimaatimpact te bepalen worden de resultaten van gedetailleerde Global Circulation Models (GCM's) gebruikt.
Het RIVM startte met de ontwikkeling van het IMAGE model in 1990. Sinds die tijd is gewerkt aan het verder verbeteren en uitbouwen van het model en aan aanpassingen om specifieke beleidsvragen te beantwoorden. De ontwikkeling van de nieuwe versie van IMAGE en implementatie van SRES-scenario's (Special Report on Emisssion Scenarios) vonden plaats in 1999-2001.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met afdeling persvoorlichting, tel: 070 - 3288 688; persvoorlichting@pbl.nl