Planbureau voor de Leefomgeving

Milieubalans 2001: 'Milieukwaliteit vraagt om sterke bestuurlijke regie'

Persbericht | 13-09-2001

De belangrijkste conclusies uit de Milieubalans 2001 zijn: Ondanks dalende emissies worden natuur en biodiversiteit onvoldoende beschermd; Nederlandse CO2-emissie gestegen; Luchtkwaliteit verbetert, verkeer en vervoer blijft een knelpunt en de Risico's externe veiligheid zijn hoog.

Ondanks dalende emissies worden natuur en biodiversiteit onvoldoende beschermd

De stikstof- en fosfaatemissies daalden het afgelopen jaar voor het eerst significant, mede door de aanscherping van het mestbeleid. Nitraatconcentraties in grond- en oppervlaktewater dalen, maar liggen nog boven de norm. Onder natuurgebieden voldoet de nitraatconcentratie in het bovenste grondwater wel aan de norm. In 2000 werd circa 10% van de natuur beschermd tegen de effecten van stikstof en potentieel zuur. De oorspronkelijke NMP3-doelen voor stikstof en potentieel zuur zouden in 2010 leiden tot een bescherming van 80% van het areaal natuur. Door het afzwakken van deze doelen in het NMP4, zal de bescherming in 2010 uitkomen op 20-30% van het areaal natuur.

Nederlandse CO2-emissie gestegen

Door het toegenomen energiegebruik is de Nederlandse CO2-emissie (temperatuurgecorrigeerd) in 2000 met circa 1% gestegen. Maatregelen voor andere broeikasgassen hebben deze stijging gecompenseerd waardoor de totale emissie van broeikasgassen nagenoeg gelijk is gebleven aan vorig jaar. De emissie van broeikasgassen ligt nu 3% (CO2 8%) boven het niveau van 1990. Ook voor de komende jaren wordt een verdere - zij het lichte - stijging van de broeikasgasemissie verwacht, door een groeiende energievraag bij een voortgaande economische groei.

Voor 2008-2012 wordt een reductie van broeikasgassen van 6% beoogd (Kyoto-doel). Dit doel kan met bestaand beleid worden gerealiseerd, mits de economische groei beperkt blijft en alle maatregelen uit de Uitvoeringsnota Klimaat worden gerealiseerd, inclusief het kolenconvenant. Daarnaast moeten tijdig contracten worden afgesloten voor emissiereductie in het buitenland.

Luchtkwaliteit verbetert, verkeer en vervoer blijft een knelpunt

De NMP1-doelen voor zwaveldioxide zijn gehaald. De emissie van vluchtige organische stoffen (VOS) is tussen 1980 en 2000 met 50% gedaald (NMP1-doel was 60%). De emissiedoelen voor stikstofoxiden en ammoniak blijven ver buiten bereik. Verkeer en vervoer spelen een overheersende rol bij lokale luchtverontreiniging en geluidbelasting. Het aantal overschrijdingen van de NO2-norm in steden (met name drukke verkeerswegen in de Randstad) zal onder invloed van brongericht beleid de komende jaren dalen maar normoverschrijdingen zullen blijven bestaan. Ongeveer 75% van de stedelijke bevolking heeft te maken met geluidniveaus boven de streefwaarde van 50 dBA. Bij ruim 1% van de woningen wordt zelfs de grenswaarde van 70 dBA uit het NMP4 overschreden. Onduidelijk is of de decentralisatie in het geluidbeleid zal leiden tot de beoogde afname van de totale geluidbelasting.

Risico's externe veiligheid zijn hoog

Momenteel worden minstens 23.000 mensen blootgesteld aan een jaarlijkse overlijdenskans van één op de miljoen als gevolg van opslag, gebruik of transport van gevaarlijke stoffen, waarvan circa 20.000 ten gevolge van de luchtvaart. Het risico van een groot ongeluk rond Schiphol neemt toe. Kennis van het groepsrisico, als maat voor de kans op een ongeluk met meer dan 10 doden onder de omwonenden, is essentieel voor de evaluatie van het veiligheidsbeleid. Het groepsrisico als maat dreigt echter uit het veiligheidsbeleid voor luchthavens te verdwijnen.