Beleidsevaluaties
Naar een gezonde leefomgeving?
De lucht wordt steeds schoner. De gemiddelde concentraties voor stikstofdixode (NO2) en fijn stof zijn de laatste tien jaar met circa 20% gedaald door emissiereducties in Nederland en Europa. Deze verbetering zet naar verwachting door. Desondanks is het vastgestelde beleid onvoldoende om in Nederland de Europese grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide in respectievelijk 2005 en 2010 te halen. Overschrijdingen van de grenswaarde voor stikstofdioxide wordt van een grootschalig steeds meer een lokaal probleem. Vooral langs drukke (snel)wegen in grote steden worden mensen blootgesteld. Lokale overschrijdingen van de normen voor stikstofdioxide komen momenteel in steden van alle Europese landen voor.
Op dit moment worden alle Nederlanders blootgesteld aan niveaus van luchtverontreiniging waarbij gezondheidseffecten kunnen worden verwacht. Volgens schattingen zijn hierdoor in 2001 in Nederland ongeveer 5000 mensen vervroegd overleden. Indien aan alle EU-grenswaarden (2005) voor luchtverontreiniging was voldaan, dan was dit geschatte aantal ongeveer 5% lager geweest. De bevolking wordt echter langer blootgesteld aan geluidoverlast, veiligheidsrisico’s en vervuilde bodem dan in het NMP4 werd beoogd. Dit komt vooral door de beperkt beschikbare financiële middelen in de Rijksbegroting. Zo zal op basis van de huidige middelen de sanering van geluidoverlast langs rijks- en spoorwegen pas na 2020 zijn afgerond. Alleen indien er naast de lopende saneringen en projecten uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport extra maatregelen, zoals de plaatsing van geluidsschermen of bronreductie, worden getroffen, kan dit worden vervroegd.
Beperkte beleidsruimte in strikte EU Er wordt nog steeds gebouwd langs snelwegen, drukke stedelijke wegen en binnen risicocontouren van industriële activiteiten en luchtvaart. Dit leidt ertoe dat meer mensen risico’s lopen wat betreft externe veiligheid of gezondheid dan wanneer elders gebouwd zou worden. Vooral in een dichtbevolkt land als Nederland kan een intensief ruimtegebruik leiden tot situaties die strijdig zijn met (EU-) milieugrenswaarden. Stad en Milieu-experimenten proberen op lokaal niveau oplossingen te vinden voor dergelijke botsende belangen. Binnen de strikte systematiek van de EU-grenswaarden kan een dergelijke oplossing alleen gerealiseerd worden met een lokale ontheffing door een derogatieverzoek.
Decentralisatie: risico’s voor kwaliteit van de leefomgeving? Bij het integrale gebiedsgerichte beleid is steeds sprake van een belangenafweging. Met de nieuwste integrale regelingen maakt het Rijk de sectorale milieunormen voor zowel de landelijke als stedelijke omgeving deels afweegbaar. Hierbij bestaat de kans dat de milieukwaliteit het in de praktijk bij de afweging op regionaal en lokaal niveau onbedoeld aflegt tegen politieke en economisch krachtiger belangen. Dit blijkt onder andere uit de evaluaties van het Grotestedenbeleid en de het Reconstructiebeleid.
Doordat de kwaliteit van de leefomgeving meer afhankelijk wordt van regionale en lokale ambities, kunnen er regionaal en lokaal grotere verschillen ontstaan in milieukwaliteit en milieugerelateerde gezondheidsrisico’s.
Uit Samenvatting Milieubalans 2004