Planbureau voor de Leefomgeving

Verslag Symposium Bedrijvigheid en leefbaarheid in stedelijke woonwijken

Wat is de invloed van de leefbaarheid van een wijk op de bedrijven in die wijk? En andersom: dragen bedrijven bij aan het verbeteren van de leefbaarheid? Deze en andere vragen stonden centraal op het mini-symposium 'Bedrijvigheid en leefbaarheid in stedelijke woonwijken' dat het Planbureau voor de Leefomgeving op 19 april organiseerde in Den Haag.

Lokale kwaliteiten van de wijk van invloed op het functioneren van bedrijven

Aanleiding voor dit symposium was de studie van het planbureau over de bedrijvigheid en leefbaarheid in 725 woonwijken in middelgrote en grote steden in Nederland. Na een inleiding van directeur Maarten Hajer, presenteerde Otto Raspe, senior onderzoeker bij het PBL, de resultaten van deze studie. Hij liet zien dat uit de cijfers blijkt dat de lokale kwaliteiten van de wijk wel degelijk van invloed zijn op het functioneren van bedrijven. "Door overlast, verloedering, inbraken en leegstand trekken bedrijven eerder weg uit de wijk. Ze hebben ook minder overlevingskansen en worden ze geremd in hun groei." Andersom is de relatie minder duidelijk: "Gemiddeld genomen dragen bedrijven niet bij aan een verbetering van de leefbaarheid. Alleen kleine detailhandel is hierop een uitzondering". Otto Raspe adviseerde de aanwezigen in de zaal dan ook vooral in te zetten op het verbeteren van de leefbaarheid in de wijk. "Daar hebben niet alleen bewoners maar ook bedrijven baat bij."

Etnisch ondernemerschap ook gewoon om geld te verdienen

Jan Rath van het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (IMES) gaf vervolgens een presentatie over het etnisch ondernemerschap. Hij benadrukte dat vaak ten onrechte gedacht wordt dat allochtonen voor het ondernemerschap kiezen uit armoede. "De meeste allochtonen die een eigen bedrijf beginnen, doen dat om dezelfde reden als hun autochtone collega's. Ze willen gewoon een eigen zaak en geld verdienen."  Daarna ging Erik Louw van onderzoeksinstituut OTB (TU Delft) in op het Handboek Wijkeconomie, een catalogus die in opdracht van het ministerie van Economische Zaken wordt samengesteld. Dit handboek, dat binnen afzienbare tijd zal verschijnen, biedt praktische tips voor beleidsmedewerkers en politici in de gemeenten.

Meningen lopen uiteen

Na de pauze was het tijd voor de discussie. Onder leiding van Ries van der Wouden, hoofd van de sector Ruimtelijke Ordening en Leefomgevingskwaliteit bij het PBL,  discussieerden een panel van deskundigen en het publiek over de toekomst van de wijkeconomie. Moet de overheid bedrijven stimuleren in de wijk of is het beter de vrije markt zijn gang te laten gaan? En is het verstandig om werkloosheid vanuit het wijkenbeleid aan te pakken of kun je beter inzetten op een generiek arbeidsmarktbeleid? De meningen hierover liepen uiteen. In het panel zaten naast Otto Raspe en Jan Rath ook Veronique Schutjens van de Universiteit Utrecht en Nathan Rozema van Labyrinth Onderzoek en Advies. Over één ding waren de panelleden het allemaal eens: ook in een volgende kabinetsperiode moet de rijksoverheid actief betrokken zijn bij stedelijk-economische vraagstukken. Alleen liepen de meningen weer uiteen over de vorm hiervan.    

 

De bijeenkomst werd bezocht door ruim tachtig deelnemers afkomstig van ministeries, gemeenten, woningcorporaties, wetenschappelijke instituten, adviesbureaus en andere organisaties die actief zijn op het gebied van de wijkeconomie.